Allen Frances was de voorzitter van de DSM-4 taakgroep en professor
emeritus aan de Duke universiteit. De DSM-serie wordt gezien als de “bijbel”
van de psychiatrie, met een beschrijving van alle symptomen die bij bepaalde
geestelijke ziektes optreden. Niet alleen psychiaters gebruiken de DSM om een
diagnose te stellen aan welke ziekte hun patient lijdt, ook therapeuten en
coaches gebruiken deze. Binnenkort komt de DSM-5 uit en Frances noemt de nieuwe
“bijbel” van de psychiatrie het verdrietigste moment in de geschiedenis van de
psychiatrie. Hij stelt dat de DSM-5 fundamenteel fout is, onveilig en
wetenschappelijk niet onderbouwd. Dit zijn enkele belangrijke kritiekpunten van
Frances (
hier en
hier):
1. DSM-5 verandert woede uitbarstingen in een geestelijke ziekte, op basis
van het werk van slechts 1 onderzoeksgroep. De angst van Frances is dat deze
verlaging van de drempel om als “ziek”bestempeld te worden gaat leiden tot nog
meer kinderen die medicijnen voorgeschreven krijgen. In de laatste twee
decennia is er aldus Frances al een verdrievoudiging van het aantal kinderen
dat de diagnose attention deficit (ADHD) heeft gekregen en een
vertwintigvoudiging van het aantal kinderen dat een diagnose in het autistisch
spectrum heeft gekregen en een verveertigvoudiging van het aantal kinderen dat
de diagnose bipolaire disorder heeft gekregen. Wat de geestelijke
gezondheidszorg zou moeten doen is toegeven hoe moeilijk het is om een diagnose
te stellen bij kinderen en duidelijk maken aan het publiek dat er een grote
kans op overdiagnose bestaat. In plaats daarvan komt DSM-5 met een nieuwe
ziekte, plus de aanbevelingen die ziekte met medicijnen te behandelen: woede
uitbarstingen in kinderen. Dus waar we vroeger een kind van twee dat gillend in
de supermarkt op de grond ligt zagen als een normaal gezond kind dat nog moet
leren om zijn emoties te beheersen, zien we dat kind nu als iemand met een
aandoening, een ziekte, die medicijnen toegediend moet gaan krijgen.
2. normale rouw wordt in de DSM-5 een depressieve mentale ziekte, die met
medicijnen behandeld moet worden en dat bagatelliseert ons menselijk vermogen
om om te gaan met de tegenslagen die inherent zijn aan het leven
3. als ouderen dagelijkse dingetjes vergeten, werd dat vroeger gezien als
normaal onderdeel van ouder worden, in de DSM-5 is het een ziekte met de naam “neurocognitieve
aandoening” . Daardoor loopt een enorme hoeveel mensen de kans de diagnose van
deze aandoening te krijgen en daarmee lopen ze dan ook het risico op dementie.
Aangezien er geen genezing mogelijk is van de neurocognitieve aandoening of van
dementie, geeft de diagnose geen enkel voordeel, en werkt het alleen maar angst
en ellende in de hand.
4. De diagnose van ADHD in volwassenen zal sterk toenemen doordat in de
DSM-5 de drempel om met die ziekte gediagnosticeerd te worden is verlaagd.
5. als je 12 keer in drie maanden je te buiten gaat aan eten lijdt je
volgens de DSM-5 aan de psychiatrische ziekte van Binge eating. Je eetbui heeft
dus niets te maken met een laag glucose niveau of met de beschikbaarheid van
lekker eten, maar met de ziekte waaraan je lijdt: binge eating.
6 mensen die voor het eerst drugs of alcohol misbruiken worden op dezelfde
manier gediagnosticeerd als mensen die drugs of alcohol verslaafd zijn
7. alles wat we graag doen en waar we graag veel tijd in steken kan
eenvoudig worden beloond met de diagnose “verslaving”, omdat de DSM-5 een
nieuwe ziekte heeft geïntroduceerd: gedragsverslaving.
8. je zorgen maken is voor je het weet een ziekte met de naam “algemene
angst aandoening”. Door de wijzigingen in de criteria wanneer je lijdt aan deze
aandoening lopen vele mensen de kans om niet een gezond persoon te zijn die zich
zorgen maakt over iets, maar iemand te zijn met een geestelijke ziekte met de naam: algemene
angst aandoening.
Frances stelt: DSM-5 schendt het meest heilige principe van de
gezondheidszorg: berokken in de eerste plaats geen schade!
Hier kun je meer lezen over
probleeminductie,
therapiecultuur en
overdiagnose